Leptospirose

Een update over de belangrijkste zoönose in Europa

Wat is Leptospirose?

Schematische voorstelling van Leptospirose bacterie

Leptospirose, ook bekend als Ziekte van Weil, is een aandoening die wereldwijd voorkomt en diverse zoogdieren treft. Het wordt veroorzaakt door een zogenaamde spirocheet. Het reservoir van Leptospira ligt bij in het wild levende (kleine) zoogdieren, waarbij vooral knaagdieren berucht zijn, maar ook gedomesticeerde dieren zoals rundvee en honden vormen een reservoir voor bepaalde Leptospira soorten.

Natuurlijke gastheren vertonen zelden tot nooit ziekteverschijnselen als gevolg van deze bacterie.

Leptospira infecteren de nier, vanwaar zij via de urine in het milieu terechtkomen. In water – met name stilstaand en traag stromend water – en vochtige grond kunnen deze leptospiren vervolgens maanden overleven, zeker als de omgevingstemperatuur matig warm is.

Hoe ontstaat Leptospirose?

Infectie van een zoogdier treedt op door contact van de slijmvliezen of beschadigde huid met de urine van een geïnfecteerd dier of met besmet water of besmette grond. Leptospirose wordt beschouwd als een seizoensgebonden aandoening, met een piek in de maanden juni, juli, augustus en september. Uitbraken worden vooral gezien na perioden van forse regenval, hoger staand water en overstroming.

Leptospirose komt met enige regelmaat voor bij honden, maar inmiddels is bekend dat meerdere soorten Leptospira ook bij katten voorkomen. Door leptospiren in de urine uit te scheiden kunnen zij zorg dragen voor het optreden van infecties bij de mens.

Belangrijk om te vermelden is dat leptospirose ook wordt aangetroffen bij honden die in steden leven en nooit in direct contact komen met oppervlaktewater en knaagdieren!

Na het binnendringen van leptospiren door de mucosa of beschadigde huid, gaan de bacteriën zich in de bloedbaan in hoog tempo vermenigvuldigen. Dit kan al binnen een dag optreden. De spirocheten kunnen vervolgens veel organen invaderen, zoals de nieren en de lever. In de nieren kunnen de leptospiren vaak weken tot maanden overleven.

Symptomen

De incubatie periode bij de hond is ongeveer 5-15 dagen. In de acute fase zijn er aspecifieke symptomen (acute koorts, sloomheid, niet eten) en even later symptomen van leverfalen en/of nierfalen (anorexie, spontane bloedinkjes, braken, etc..).

Als honden de acute fase overleven en onbehandeld blijven, dan kan volledig klinisch herstel optreden of de hond kan een chronisch ziektebeeld ontwikkelen. In beide gevallen blijft er sprake van leptospiren die zich in de nieren ophouden.

Bij honden met acuut nierfalen, al dan niet gepaard gaande met geelzucht, moet altijd aan leptospirose worden gedacht! Dit geldt zeker voor niet-gevaccineerde honden en voor honden die zijn gevaccineerd met een vaccin waarin slechts twee van de vier in Europa meest belangrijke serotypen (serovars)  voorkomen.

Therapie

Bestaat er een sterke verdenking op leptospirose, dan is direct starten van de juiste therapie noodzakelijk! Hoe sneller er wordt gestart met antibioticumtherapie, hoe groter de kans op een goede afloop.

Naast het bestrijden van de bacterie is ondersteunende en symptomatische therapie noodzakelijk.

Er wordt geadviseerd om andere honden in huis ook een antibioticumkuur toe te dienen.

Risico op overdracht naar de mens beperken

Bij normale dagelijkse verzorging van een dier met leptospirose waarbij hygiënemaatregelen in acht worden genomen, is een antibioticum niet nodig. Mensen die in contact zijn gekomen met (urine of bloed van) de geïnfecteerde hond dienen wel gedurende 4 weken goed op te letten. Bij koorts en griepverschijnselen moet direct een huisarts worden geraadpleegd.

Vaccinatie

Vaccinatie reduceert zowel de kans op het optreden van leptospiremie als de ernst van de klinische verschijnselen van leptospirose. Daarnaast verminderen de huidige vaccins ook het risico op het uitscheiden van leptospiren in de urine, waardoor de infectiedruk daalt.

Wij raden aan om in het voorjaar te vaccineren, opdat de beste bescherming wordt geboden tijdens de maanden met de hoogste infectiedruk. Is een hond langer dan 18 maanden niet gevaccineerd tegen leptospirose, dan is het verstandig om de basis vaccinatie bestaande uit twee doseringen met 3-4 weken tussentijd te herhalen.

Leptospirose bij de kat

Er is vastgesteld dat veel katten antilichamen hebben tegen verschillende Leptospira soorten.

Ondanks het feit dat katten wel geïnfecteerd raken met leptospiren, zijn klinische verschijnselen nog maar zelden gerapporteerd. Een recente studie toonde aan dat bij katten met een acute en chronische nieraandoening significant vaker antilichamen tegen Leptospira spp. aanwezig waren. De rol van leptospiren als veroorzaker van een verminderde nierfunctie bij katten wordt waarschijnlijk flink onderschat en meer onderzoek in deze richting is gewenst.

Leptospiren in de urine bij katten zou kunnen leiden tot humane infecties, maar door de aanwezigheid van katten in en rondom huis neemt de kans op contact met de urine van besmette knaagdieren voor de mens vaak wel weer af. Over het precieze risico dat een gezonde drager kat voor de mens vormt als bron van infectie is helaas nog weinig bekend.

Leptospirose bij de mens

Het aantal humane leptospirose gevallen dat zich jaarlijks voordoet is lastig in te schatten, doordat de ziekte in een groot aantal gevallen slechts gepaard gaat met (milde) griepverschijnselen waarnaar geen onderzoek wordt verricht.